De manager in ons: als controle en vermijding het overnemen

We hebben allemaal manieren ontwikkeld om onszelf te beschermen tegen pijn, onzekerheid, afwijzing of verlies. De één gaat piekeren, de ander werkt harder, past zich aan, stelt uit of probeert vooral geen fouten te maken. Binnen Internal Family Systems (IFS) kun je veel van deze strategieën zien als het werk van onze managerdelen.

Managers proberen ervoor te zorgen dat het leven beheersbaar blijft. Ze kijken vooruit: Hoe voorkomen we dat het misgaat? Hoe zorg ik ervoor dat ik dit gevoel niet opnieuw hoef mee te maken? Dat kan heel behulpzaam zijn. Managers kunnen ons verantwoordelijk, zorgvuldig en succesvol maken. Maar wanneer ze bang worden, kan beschermen langzaam veranderen in vermijden en controleren.

Stel dat je hebt geleerd dat afwijzing pijnlijk is. Een manager kan dan besluiten dat je je beter kunt aanpassen, conflicten moet vermijden of afstand moet houden. Een andere manager denkt misschien: Als ik alles maar goed genoeg doe, kan er niets misgaan. Het gevolg is perfectioneren, controleren, analyseren en piekeren. Niet omdat de manager tegen je werkt, maar juist omdat hij probeert te voorkomen dat je opnieuw in contact komt met iets pijnlijks.

Waar IFS en ACT elkaar raken

Binnen ACT onderzoeken we hoeveel energie iemand besteedt aan het vermijden, controleren of veranderen van ongewenste gedachten en gevoelens. Niet iedere vorm van controle is een probleem. Het wordt vooral lastig wanneer deze strategieën steeds meer gaan bepalen hoe we leven.

Daar komt creatieve hopeloosheid in beeld. We vragen niet: Waarom doe je dit toch steeds? maar: Wat probeer je hiermee op te lossen of te voorkomen? En hoe heeft dat op de lange termijn voor je gewerkt? Dat zijn eigenlijk prachtige vragen om aan een managerdeel te stellen.

Veel controlestrategieën werken namelijk uitstekend op de korte termijn. Niet naar dat feestje gaan geeft opluchting. Nog een keer controleren geeft geruststelling. Piekeren geeft het gevoel dat je voorbereid bent. Alcohol kan ontspanning geven en een moeilijk gesprek vermijden voorkomt spanning. De manager krijgt daarmee telkens bevestigd: Zie je wel, dit werkt.

Maar ondertussen kan het leven steeds kleiner worden. Je vermijdt niet alleen angst, maar misschien ook avontuur. Niet alleen afwijzing, maar ook verbinding. Niet alleen onzekerheid, maar ook nieuwe mogelijkheden. Wat ooit bedoeld was als bescherming, kan je uiteindelijk gaan beperken.

Van bescherming naar keuze

Hier past het Keuzepunt mooi bij. Aan de ene kant zien we wat de manager automatisch inzet om ongemak te vermijden of onder controle te krijgen: piekeren, aanpassen, controleren, uitstellen, verdoven of terugtrekken. Aan de andere kant ligt niet simpelweg het tegenovergestelde gedrag, maar de vraag: wat wil ik belangrijk maken, ook als ongemak aanwezig is?

Creatieve hopeloosheid betekent dan niet dat we de manager moeten bestrijden. We kunnen juist nieuwsgierig worden: Waar probeer je mij tegen te beschermen? Waar ben je bang voor als jij even niets doet? En helpt deze manier van beschermen mij nog om te leven zoals ik wil leven?

Daar ontmoeten IFS en ACT elkaar mooi. IFS helpt begrijpen welk deel zo hard probeert te beschermen. ACT helpt onderzoeken of die bescherming ons nog brengt waar we naartoe willen.

Het doel is dus niet om nooit meer te controleren, vermijden of piekeren. Het gaat om het verschil tussen: ik móét dit doen om me veilig te voelen en ik merk dat een deel van mij dit graag wil doen, én ik kan kiezen wat nu werkt. Niet zonder bescherming leven, maar niet langer uitsluitend vanuit bescherming leven.

Oefenen met het keuzepunt en het managersdeel: spiegelmodel

Scroll naar boven