ACT en IFS als één beweging

ACT en IFS als één beweging

Er zijn van die momenten in een therapeutische ontmoeting waarop je niet meer denkt in modellen. Waarop een cliënt iets zegt, en je niet zoekt naar de juiste interventie maar gewoon aanwezig bent met wat er is. Die momenten zijn misschien wel het meest waardevolle dat therapie te bieden heeft. En het zijn precies die momenten waarop Acceptance and Commitment Therapy (ACT) en Internal Family Systems (IFS) elkaar zo natuurlijk raken.

Twee talen, één richting

ACT vraagt: wat maakt dit leven de moeite waard voor jou, en ben je bereid de pijn te dragen die daarbij hoort? IFS vraagt: wie is er nu eigenlijk aan het woord binnenin jou, en wat heeft dat deel van jou nodig om zich veilig te voelen? Beide vragen zijn radicaal anders van toon. En toch bewegen ze naar hetzelfde: contact. Contact met wat er werkelijk leeft, voorbij de automatische piloot van vermijden, vechten of bevriezen.

In ACT noemen we de observerende, niet-reagerende kern van iemand het “zelf als context.” In IFS heet datzelfde het “Zelf”, met een hoofdletter, de rustige, liefdevolle aanwezigheid die niet samenvalt met enig deel of enige gedachte. Het zijn twee manieren om naar hetzelfde te wijzen.

Delen en defusie

Wie vertrouwd is met IFS weet hoe een “manager” werkt, het beschermende deel dat altijd paraat staat, dat relaties controleert, prestaties bewaakt en gevoelens op afstand houdt. Vanuit ACT zou je datzelfde deel herkennen als een briljante fusie: iemand die volledig samengesmolten is met de stem die zegt “ik moet presteren,” “ik mag niet falen,” “als ik loslaat, gaat het mis.”

Defusie, een van de kernprocessen in ACT, nodigt de cliënt uit afstand te nemen van die stem, haar te zien als een stem in plaats van als de waarheid. IFS doet iets vergelijkbaars, maar concreter en belichaamder: het vraagt de cliënt om met nieuwsgierigheid te wenden naar dat deel, er interesse voor te voelen, te vragen wat het probeert te beschermen. Niet wegduwen, maar ontmoeten.

Beide wegen leiden naar hetzelfde punt van ruimte. De gedachte verliest haar dwingendheid. Het deel voelt zich gezien. En de cliënt staat plots op een andere plek dan even daarvoor.

Exiles en vermijding

Waar IFS spreekt van exiles, de verbannene delen die te veel pijn dragen om toegang tot te hebben, spreekt ACT van experiëntiële vermijding, het mechanisme waarmee we ons beschermen tegen moeilijke innerlijke ervaringen. De richting is dezelfde: voorzichtig, zonder te forceren, toenadering zoeken tot wat verdrongen is.

IFS heeft hier een belangrijk principe dat naadloos aansluit bij de ACT-houding van acceptatie: ga nooit sneller dan de beschermers toestaan. Duw niet. Vraag toestemming. Een exile kun je pas werkelijk benaderen wanneer de managers en firefighters vertrouwen hebben gekregen, wanneer ze weten dat het Zelf de leiding heeft en niemand overweldigd zal worden.

Dit is ook in ACT niet anders. Acceptatie is geen capitulatie, en het is zeker geen opdracht om nu meteen te voelen wat je altijd hebt vermeden. Het is eerder een uitnodiging, aangeboden in een tempo dat de cliënt zelf bepaalt.

Het centrale punt: de cliënt leidt

Of je nu ACT gebruikt als primaire benadering en IFS-achtige vragen stelt als de situatie erom vraagt, of andersom, het maakt uiteindelijk weinig uit. Wat telt is dat de cliënt voelt dat hij of zij het proces leidt. Niet het model, niet de therapeut, niet de agenda van de sessie.

Wanneer een cliënt zegt “er is iets in mij dat bang is,” dan kun je dat op ACT-wijze onderzoeken: wat doet dat deel met jouw bewegingsvrijheid, wat verhindert het, welke waarden staan op het spel? Of je kunt het IFS-gewijs benaderen: hoe oud voelt dat deel, wat wil het je vertellen, wanneer is het voor het eerst zo bang geworden? Beide routes zijn legitiem. Beide vragen om echte aanwezigheid van de therapeut.

De methode als voertuig, niet als bestemming

Het gevaar van elke methode is dat ze zichzelf tot doel verheft. Dat we ACT doen, of IFS doen, in plaats van te zijn met de persoon tegenover ons. Krishnamurti zou hier misschien zeggen dat het bekende, de methode, altijd probeert het onbekende, de werkelijke ontmoeting, te vangen. En dat het daarin per definitie faalt.

Wat ACT- en IFS gedachtengoed therapeuten leren, is juist dit: gebruik de kaart om het terrein te leren kennen, maar verwar de kaart nooit met het terrein zelf. Het terrein is deze mens, in deze sessie, met deze pijn en dit verlangen. Alles wat daarbinnen helpt om vrijer te leven, mag blijven. Al het andere mag je loslaten.

Scroll naar boven